Oog voor detail – In gesprek met Jan van Grimbergen

In gesprek met Jan van Grimbergen
Oog voor detail

 

Je hebt francofielen, italofielen én griekofielen. Mensen die verslaafd zijn aan een bepaald land. Eén van hen is NMC vrijwilliger Jan van Grimbergen. Hij is al vijfendertig keer naar Griekenland geweest. Meestal naar een van de eilanden, maar ook weleens naar het vasteland. “De omgeving van rotsen, blauwe zee, de planten en bloemen en het subtropisch klimaat blijven trekken,” vertelt de zesenzestig jarige Jan van Grimbergen.

Laatst was er in het nieuws dat Koning Willem Alexander met Maxima en hun kinderen naar Huis Ten Bosch zijn verhuisd. In de ontvangstkamers van Huis Ten Bosch hangen lange wandkleden.  Eén wandkleed, bestaande uit 12 doeken, is in het Delfts Blauw met daarin allerlei concrete objecten uit de Nederlandse cultuur geweven. “Dat was een van de laatste weefprojecten waar ik aan heb gewerkt.”

Iedere dinsdag is Jan in de tuin van het NMC te vinden. Druk met schoffelen, onkruid verwijderen en bedenken hoe het nog beter en anders kan. Onlangs heeft hij bij de bijenhal een muurtje gemaakt en tussen de stenen allerlei rotsplanten gepoot. “Met deze hitte is het even afwachten of ze het gaan doen. Maar ik vind het belangrijk dat er het hele jaar door iets in de tuin te zien is. De rotsplanten zijn een mooie aanvulling op de tuin.”

Jan is in Someren-Eind geboren. Hij is meerdere malen verhuisd: Maarheeze, Budel, Someren, Helmond-Brandevoort en weer terug naar Maarheeze.Tot zijn spijt heeft Jan niet gestudeerd. “Op veertienjarige leeftijd ben ik gaan werken in de weeffabriek van Engelen en Evers (E&E) in Heeze. Dat ging toen zo. Van eerste bediende heb ik me opgewerkt tot getouwsteller en ploegbaas. We weefden kledingetiketten voor V&D, C&A, Burberry, Miss Etam. We hadden zo’n drieduizend klanten.” Aan iemand uitleggen wat weven is, is best lastig. Jan doet meerdere pogingen en laat verschillende voorbeelden zien. “De Aansturing van een Jaquard weefmachine lijkt op een muziekorgel met allemaal gaatjes. Ieder gaatje van de kaart bepaalt de aansturing van een draad. In het voorbeeldstukje stof, dat Jan laat zien, zitten zoal vijfhonderd tweeënzeventig draden maal 18. Het illustreert wat voor gedetailleerd en nauwkeurig werk het weven is. “Als je zoveel jaar met het weven bent bezig geweest, wordt ‘oog voor detail hebben’ je tweede natuur. En dat zie je ook terug in de manier waarop ik de tuinen onderhoud.

Weeffabriek Engelen en Evers was en is nog steeds een van de weinige weeffabrieken in Nederland. Aan het eind van de vorige eeuw hadden de textielbedrijven het lastig. Om niet zonder werk te komen zitten, begon Jan allerlei cursussen en opleidingen te volgen. Te beginnen met de opleiding voor ambulante handel in bloemen en planten om daarmee een bloemenwinkel te kunnen starten mocht E&E failliet gaan. Daarna haalde hij een vakdiploma voor onderhoud en aanleg van tuinen en tuintekenen. In Leiderdorp doorliep hij in drie jaar tijd de vakopleiding tot hovenier. Als de computers hun intrede doen heeft Jan al snel door dat computers de toekomst zijn. Hij volgde meerdere computeropleidingen en -cursussen, waaronder Webdesign in HTML. Gelukkig bleef Jan ontslag bespaard en na eenenvijftig dienstjaren is hij vorig jaar met pensioen gegaan.

Jan is al jaren lid van IVN Weert. Daar heeft hij ook de cursus voor natuurgids gedaan. Tegenwoordig is Jan op drie fronten actief.  Als tuinvrijwilliger onderhoudt hij het voorste gedeelte van de tuin van het NMC Weert. Daarnaast is hij druk met het aan de gang krijgen van een oude weefmachine in het Weverijmuseum in Geldrop. Op de oude machine heeft hij het nieuwe logo (patroon) van het museum gezet. Het is de bedoeling dat de bezoekers allemaal een stukje stof met het nieuwe logo erop geweven meekrijgen, als ze het museum bezoeken. Maar dan moet de machine wel werken. Verder is hij via de voorzitter van de stichting Groen Weert betrokken geraakt bij het park De Weijer, tussen de Graafschap Hornelaan, Doolhofstraat en Scheepsbouwkade in Weert. Samen met anderen onderhoudt hij daar de tuin.

Als vakbekwame hovenier is Jan gewend om de planten en bloemen bij hun Latijnse naam te noemen. “In de tuin van het NMC staan bordjes met de Nederlandse naam erop. Het is jammer dat daar de Latijnse namen niet opstaan. Mocht er een plant kapot gaan waarvan je een nieuwe wilt bestellen dan weet je met de Latijnse naam precies dat je de juiste plant krijgt.” Of er bij het NMC Weert nog uitdagingen voor Jan zijn? “Jazeker, zolang ik in de tuin kan blijven leren en aan anderen kan laten zien hoe planten/bloemen het best tot hun recht komen, blijf ik hier de tuin doen. Voor de jeugd zou het mooi zijn als zijzelf kunnen ervaren hoe planten groeien, leren zaaien en stekken en ontdekken waarom een plant het op een plek wel/niet goed doet.”