“De liefde voor de natuur heb ik van mijn vader”

In gesprek met Ad Havermans

Als er iemand is die van uitdagingen houdt, is het wel de eenenzeventig jarige Ad Havermans. Bijna zijn hele leven heeft hij naast zijn werk gestudeerd. Na de Kweekschool behaalde hij zijn 3e graadsakte handvaardigheid, werd later schoolbioloog, behaalde zijn eerstegraadsakte voor aardrijkskunde en hield zich bezig met onderwijsvernieuwingen en ICT in het onderwijs. Ad verhuisde van Roosendaal naar Rotterdam en Weert. En uiteindelijk kwam hij via het NMC Weert weer terug bij zijn oude vak fysische geografie.

Samen korhoenders kijken

Ad werd net na de oorlog in 1948 geboren in het Brabantse Roosendaal. Ze hadden het thuis niet breed. Zijn vader was metselaar/bouwvakker. Ad volgde de Kweekschool en kon na het behalen van zijn diploma meteen aan de slag als onderwijzer op de lagere school Heilig Hart in Bergen op Zoom. Daar werkte Ad van 1968 tot 1974. “Ik begon met een klas van drieënveertig kinderen. Het was al gemengd, jongens en meisjes. Ik weet nog goed dat er een gehandicapt meisje in de klas zat en een Turks jongetje dat geen Nederlands sprak,” vertelt Ad. Na het behalen van de Kweekschool ging Ad werken op de basisschool en in de avonduren studeren. “Ik wilde per se biologie studeren. De liefde voor de natuur heb ik van mijn vader meegekregen. Samen gingen we ’s morgens om 03.00 uur op de Kalmthoutse Heide naar korhoenders kijken. Een prachtige tijd. Sinds 1972 ben ik lid bij het IVN en in 1982 verzorgde ik onderdelen in de eerste IVN natuurgidsencursus in Weert.”

 

Biologie
Voor de studie biologie wilde Ad naar Nijmegen verhuizen. “Een zus van mijn toekomstige vrouw Mariëtte, woonde in Nijmegen en wist een kamer te regelen.” Alleen werd Ad uitgeloot. Wat nu? Ad besloot in deeltijd twee studies te doen: 3e graadsakte handvaardigheid én de ongedeelde opleiding MO aardrijkskunde. “Na een jaar deed ik opnieuw een poging om te worden ingeloot bij de studie biologie, maar ook dit keer zonder succes.” Ad bleef lesgeven op de lagere school in Bergen op Zoom. In 1974 grijpt Ad de kans om schoolbioloog in Rotterdam te worden. “Als schoolbioloog verzorgde ik vanuit een kinderboerderij lessen over de natuur aan kinderen. Het lag dichtbij de werkzaamheden van een bioloog. Iets wat ik nog altijd koesterde.” In de avonduren behaalde Ad in versneld tempo zijn eerstegraadsakte MO Aardrijkskunde.

 

Docent Aardrijkskunde
Op het moment dat hij projectleider kan worden en de bestaande kinderboerderij mag uitbouwen tot een biologisch centrum in Rotterdam Noordwest, krijgt hij een telefoontje van de rector van het Bisschoppelijk College in Weert. Daar was halverwege het schooljaar een vacature ontstaan voor het vak aardrijkskunde. “Op de kaart heb ik moeten opzoeken waar Weert precies lag; nog net in Brabant of … “ Het werd een moeilijke keuze, maar Ad koos voor de baan als docent aardrijkskunde, omdat hij daar zijn net behaalde eerstegraadsbevoegdheid kon inzetten. Via school krijgt Ad een woning geregeld. “In Weert werden net huizen op Oda (Boshoven) gebouwd en sinds die tijd woon ik in Weert (1976).” Op het Bisschoppelijk College ontmoette Ad docent Bèr Peters. “We hadden meteen een klik. Bèr was net als ik een voorstander van veldwerk, buiten in de natuur onderzoekjes doen met de leerlingen.”

Vernieuwend onderwijs

Aangezien Ad zijn ‘vernieuwende ideeën’ niet goed kwijt kon op het Bisschoppelijk College, besloot hij op zoek te gaan naar een andere baan en vond die bij de Fontys Hogeschool in Sittard. Daar hielp hij mee met het opzetten van een nieuwe lerarenopleiding aardrijkskunde (1980). Er was extra budget en Ad voelde zich als een vis in het water. In 1982 kwam de computer op de markt. “Ik wist meteen dat dit het onderwijs helemaal zou veranderen.” En dat gebeurde. Ad stortte zich op de ICT. Hij werkte de hele zomervakantie door om scholingsprogramma’s docenten voortgezet onderwijs ICT voor te bereiden. Hij gaf bijscholing aan zijn docenten voortgezet onderwijs en kwam minder en minder voor de klas te staan. Spijtig genoeg verloor de experimentele nieuwe lerarenopleiding het predikaat experimenteel, waardoor de budgetten krompen. Als opleidingsverantwoordelijke moest Ad collega’s laten afvloeien. “Een zware, moeilijke periode waar ik snel grijs ben geworden.” Het is inmiddels 1990. Hogescholen richtten zich op het bedrijfsleven. Voor Nedcar in Born verzorgde Ad ICT- en alfabetiseringsprojecten voor de medewerkers. Ad kreeg belangstelling voor intranet en in 1995 mocht hij naar Amerika om de mogelijkheden daarvan te bestuderen. Terug in Nederland ontwikkelde Ad met zijn team het eerste Fontys Hogescholen brede intranet.

Inmiddels projectleider geworden, reisde Ad het hele land door voor andere nieuwe grote onderwijsprojecten. “Een hele drukke en uitdagende job, maar ik miste de studenten. Ik bedacht leuke dingen voor de studenten, maar zag niet wat het met hen deed.” Op dat moment kwam Ad in contact met een oud-collega uit Sittard. Samen met nog iemand besloten ze op verzoek van het bestuur van Fontys, een nieuwe hogeschool International Business and Languages in Tilburg op te zetten. Een project- en probleemgestuurde opleiding. Maar zover kwam het niet. De opleiding werd geïntegreerd in de bestaande Fontys Economische Hogeschool Tilburg en werd enkel gebaseerd op projectonderwijs. Wat betekende dat onderwijsmodules meer op elkaar werden afgestemd. Als projectleider Onderwijsvernieuwing leidde Ad nog twee zware visitatietrajecten, kwaliteitscontroles van de opleidingen van de economische hogeschool. De laatste 12,5 jaar combineerde hij een directietaak, informatiemanagement en professionalisering met die van docent.

Idealistisch oogpunt

Op tweeënzestig jarige leeftijd werd Ad ernstig ziek en onderging zware operaties. Gelukkig kwam hij er weer bovenop. Wanneer Ad vierenzestig half werd en vierenveertig jaren in het onderwijs had gewerkt, ging hij in 2012 met pensioen. De laatste jaren voor zijn pensioen werkte hij al minder, en geleidelijk aan pakte hij zijn IVN werk weer op. “Ik vind het leuk om weer wat met mijn oude vak fysische geologie te doen. Uit idealistische oogpunt heb ik me voor het onderwijs ingezet. Educatie vind ik belangrijk. Mensen, maar vooral kinderen bewust maken van de natuur om hen heen. Eyeopener voor mij was het Rapport van de Club van Rome uit 1972. Het deed en doet me beseffen dat we anders met de aarde moeten omgaan, willen we er nog lang van kunnen genieten”. Verder voel ik me ook betrokken bij mensen die het moeilijk hebben. Toen het Syrische jongetje Aylan Kurdi in september 2015 aanspoelde, was dat voor mij het teken om iets voor hen te gaan  doen. Zolang ik het kan, blijf ik vrijwilligerswerk doen bij IVN Weert e.o. en Vluchtelingenwerk.“