Groene Zomerschool 2019

In de laatste week van de zomervakantie werd, voor de 6e keer, de Groene Zomerschool uitgevoerd in en rond het Natuur- en Milieucentrum. Dit jaar deden 19 leerlingen van bs Het Dal en De Kameleon mee. Het programma is gericht op het verminderen van de taal- en rekenachterstand en het vergroten van kennis over de natuur, geschiedenis, aardrijkskunde en techniek. Bovendien worden de kinderen voorbereid op het schoolritme. Dit jaar was er speciaal aandacht voor zwerfafval. Maar ook aan het ontwerpen en bouwen van een hut op de heide, het maken van een pijl met boog, jam en pannenkoeken. Ook water speelt een belangrijke rol. De kinderen hebben geëxperimenteerd met drijven, zinken en opwaartse kracht, gestoeid met inhoudsmaten en als laatste een spannende wedstrijd met zelf gemaakte bootjes gestreden. Als afsluiting van de hele  week was er op de zandvlakte een wedstrijd met de zelfgemaakte pijl en bogen. Daarbij maakten ook de ouders, broers en zusjes van de deelnemende kinderen deel uit van het publiek.

Alle opdrachten werden vooraf klassikaal toegelicht en in groepsvorm uitgevoerd en begeleid door leerkrachten en vrijwilligers. Zodoende hebben de kinderen allerlei rekenkundige – en taalbegrippen geleerd en technische vaardigheden op een speelse wijze en in de natuur eigen gemaakt. Een goede start dus voor het nieuwe schooljaar!

Tentoonstelling over duurzaamheid

“Duurzaamheid is een hot item. Iedereen praat erover of vindt er iets van. Met de tentoonstelling geven we op een positieve manier invulling aan het begrip duurzaamheid. Het zou zo moeten zijn dat wie de tentoonstelling bezoekt zich bewust wordt van dat, simpel gezegd, voor zijn consumptiegedrag een hoeveelheid grond- en wateroppervlak nodig is (ecologische voetafdruk). Ook kunnen de bezoekers proefjes en andere doe-activiteiten doen én krijgen ze handvatten om binnen hun eigen mogelijkheden maatregelen te nemen om de aarde leefbaar te houden,” vertelt mede-initiatiefnemer Karel Pacilly.

“Nu ik opa ben, word ik er met mijn neus opgeduwd. Mijn kleinkind zal de wereld nooit meer zien, zoals ik die heb gezien. Dat wil zeggen: in plaats van een wolk vlinders rondom een vlinderstruik zie je er nu slechts enkele.  Reed je vroeger met de auto dan zag je op je kenteken veel resten van insecten. Nu zie je nog sporadisch insectenresten op je kenteken. Het aantal soorten neemt af. De schaal waarop we nu leven, is aantoonbaar groter geworden en vraagt veel meer van de aarde.”

Karel is blij met de inbreng van zoveel vrijwilligers bij de tentoonstelling. “Het is echt een product van ons allemaal. Een aantal vrijwilligers heeft zich over de teksten gebogen. De moeilijke woorden eruit gehaald en vervangen door klare taal. Anderen zijn spontaan aan de slag gegaan met het bedenken van eenvoudig uit te voeren doe-activiteiten. En weer anderen hebben stellages en andere dingen in elkaar gezet.”

Onder inspiratie van Gerrit Houben kwamen de verschillende ideeën bij elkaar. Centraal staat een grote groene aarde met menselijke trekjes. Op de deur van het leslokaal wijst deze ‘groene aarde’ de bezoekers straks naar de tentoonstelling in het leslokaal. Daar ligt een rode loper, die je langs de tentoonstelling leidt. Tegen de muur komt een immens schilderij met daarop de elementen water, lucht en bodem. Ook zijn er binnen en buiten allemaal leuke doe-activiteiten. “Onze ambitie ligt hoog. Mocht de verbouwing van het NMC doorgaan, dan willen we het nieuwe gedeelte gebruiken voor het neerzetten van de gehele tentoonstelling ‘Helden van de Aarde – duurzaamheid’.”

Het moge duidelijk zijn dat de mensen die hun gedrag veranderen dé echte helden van de aarde zijn!

Oog voor detail – In gesprek met Jan van Grimbergen

In gesprek met Jan van Grimbergen
Oog voor detail

 

Je hebt francofielen, italofielen én griekofielen. Mensen die verslaafd zijn aan een bepaald land. Eén van hen is NMC vrijwilliger Jan van Grimbergen. Hij is al vijfendertig keer naar Griekenland geweest. Meestal naar een van de eilanden, maar ook weleens naar het vaste land. “De omgeving van rotsen, blauwe zee, de planten en bloemen en het subtropisch klimaat blijven trekken,” vertelt de zesenzestig jarige Jan van Grimbergen.

Laatst was er in het nieuws dat Koning Willem Alexander met Maxima en hun kinderen naar Huis Ten Bosch zijn verhuisd. In de ontvangstkamers van Huis Ten Bosch hangen lange wandkleden.  Eén wandkleed, bestaande uit 12 doeken, is in het Delfts Blauw met daarin allerlei concrete objecten uit de Nederlandse cultuur geweven. “Dat was een van de laatste weefprojecten waar ik aan heb gewerkt.”

Iedere dinsdag is Jan in de tuin van het NMC te vinden. Druk met schoffelen, onkruid verwijderen en bedenken hoe het nog beter en anders kan. Onlangs heeft hij bij de bijenhal een muurtje gemaakt en tussen de stenen allerlei rotsplanten gepoot. “Met deze hitte is het even afwachten of ze het gaan doen. Maar ik vind het belangrijk dat er het hele jaar door iets in de tuin te zien is. De rotsplanten zijn een mooie aanvulling op de tuin.”

Jan is in Someren-Eind geboren. Hij is meerdere malen verhuisd: Maarheeze, Budel, Someren, Helmond-Brandevoort en weer terug naar Maarheeze.Tot zijn spijt heeft Jan niet gestudeerd. “Op mijn viertienjarige leeftijd ben ik gaan werken in de weeffabriek van Engelen en Evers (E&E) in Heeze. Dat ging toen zo. Van eerste bediende heb ik me opgewerkt tot getouwsteller en ploegbaas. We weefden kledingetiketten voor V&D, C&A, Burberry, Miss Etam. We hadden zo’n drie duizend klanten.” Aan iemand uitleggen wat weven is, is best lastig. Jan doet meerdere pogingen en laat verschillende voorbeelden zien. “De Aansturing van een Jaquard weefmachine lijkt op een muziekorgel met allemaal gaatjes. Ieder gaatje van de kaart bepaalt de aansturing van een draad. In het voorbeeld stukje stof dat Jan laat zien, zitten zoal vijfhonderd tweeënzeventig draden maal 18. Het illustreert wat voor gedetailleerd en nauwkeurig werk het weven is. “Als je zoveel jaar met het weven bent bezig geweest, wordt ‘oog voor detail hebben’ je tweede natuur. En dat zie je ook terug in de manier waarop ik de tuinen onderhoud.

Weeffabriek Engelen en Evers was en is nog steeds een van de weinige weeffabrieken in Nederland. Aan het eind van de vorige eeuw hadden de textielbedrijven het lastig. Om niet zonder werk te komen zitten, begon Jan allerlei cursussen en opleidingen te volgen. Te beginnen met de opleiding voor ambulante handel in bloemen en planten om daarmee een bloemenwinkel te kunnen starten mocht E&E failliet gaan. Daarna volgde hij een vakdiploma voor onderhoud en aanleg van tuinen en tuintekenen. In Leiderdorp doorliep hij in drie jaar tijd de vakopleiding tot hovenier. Als de computers hun intrede doen, heeft Jan al snel door dat computers de toekomst zijn. Hij volgde meerdere computeropleidingen en -cursussen, waaronder Webdesign in HTML. Gelukkig bleef Jan ontslag bespaard en na eenenvijftig dienstjaren is hij vorig jaar met pensioen gegaan.

Jan is al jaren lid van IVN Weert. Daar heeft hij ook de cursus voor natuurgids gedaan. Tegenwoordig is Jan op drie fronten actief.  Als tuinvrijwilliger onderhoudt hij het voorste gedeelte van de tuin van het NMC Weert. Daarnaast is hij druk met het aan de gang krijgen van een oude weefmachine in het Weverijmuseum in Geldrop. Op de oude machine heeft hij het nieuwe logo (patroon) van het museum gezet. Het is de bedoeling dat de bezoekers allemaal een stukje stof met het nieuwe logo erop geweven meekrijgen, als ze het museum bezoeken. Maar dan moet de machine wel werken. Verder is hij via de voorzitter van de stichting Groen Weert betrokken geraakt bij het park De Weijer, tussen de Graafschap Hornelaan, Doolhofstraat en Scheepsbouwkade in Weert. Samen met anderen onderhoudt hij daar de tuin.

Als vakbekwame hovenier is Jan gewend om de planten en bloemen bij hun Latijnse naam te noemen. “In de tuin van het NMC staan bordjes met de Nederlandse naam erop. Het is jammer dat daar de Latijnse namen niet opstaan. Mocht er een plant kapot gaan waarvan je een nieuwe wilt bestellen dan weet je met de Latijnse naam precies dat je de juiste plant krijgt.” Of er bij het NMC Weert nog uitdagingen voor Jan zijn? “Jazeker, zolang ik in de tuin kan blijven leren en aan anderen kan laten zien hoe planten/bloemen het best tot hun recht komen, blijf ik hier de tuin doen. Voor de jeugd zou het mooi zijn als zijzelf kunnen ervaren hoe planten groeien, leren zaaien en stekken en ontdekken waarom een plant het op een plek wel/niet goed doet.”

Wie zijn de echte helden van de Aarde?

Wie zijn de echte helden van de Aarde?

Weleens van de Zweed Johan Rockström gehoord? Samen met zijn team heeft hij wetenschappelijk aangetoond dat er negen plenaire grenzen zijn, waarbinnen de mensheid moet navigeren om op een duurzame manier gebruik te kunnen blijven maken van de hulpbronnen van de aarde (bron: https://www.youtube.com/watch?v=Rv-tDrv__mc).

Het NMC wil zich, naast natuur en milieu-educatie, steeds meer richten op duurzaamheid.

Een concrete invulling daarvan is de semi-permanente tentoonstelling ‘Helden van de Aarde – duurzaamheid’. Hiermee worden vier van de negen plenaire grenzen op een speelse manier in beeld gebracht. Te weten: klimaatverandering, biodiversiteit, bemesting en veranderend grondgebruik.

 

Geopad vordert gestaag

Normaal heb je het over jaren of eeuwen, maar bij geologie gaat het al gauw over miljoenen jaren. In de Natuur- en Landschapsvisie van 2016 gaf de gemeente Weert aan dat ze iets wilde doen met de bijzondere vorming van het landschap in het IJzeren Man gebied. Alleen wat en hoe?

Ad Havermans ging de uitdaging aan en betrok daar Hans van Schendel, Bèr Peeters, Jet Joris en leden van geologische vereniging Mente en Malleo en IVN Weert bij. Zij bogen zich over de vraag hoe breng je de geologische tijd zo in beeld, dat mensen begrijpen hoe de bodem en het landschap in het IJzeren Man gebied zijn gevormd? De bruine kruisjes route door het gebied is bij uitstek geschikt voor het Geopad, vanwege de variatie in het landschap, zoals stuifzand, naald- en loofbossen en vennen. En niet te vergeten, de zichtbare resultaten van het menselijk ingrijpen in de natuur. Spontaan borrelden er allerlei ideeën op om het Geopad handen en voeten te geven. Momenteel worden er opdrachten uitgewerkt. Belangrijk hierbij is dat de opdrachten makkelijk en zelfstandig uit te voeren zijn, zowel binnen als buiten het NMC. Ook de laptop wordt ingezet bij het beantwoorden van een aantal vragen. In totaal gaat het om veertig vragen verdeeld over de onderwerpen: flora, fauna, mens en geologie. Benieuwd naar de opdrachten? Hans van Schendel licht een tipje van de sluier op.

“Een in het oog springende doe-activiteit is de tijdlijn van 550 miljoen jaren aan het hek van de stenentuin. De geologische tijdlijn hebben we in twaalf perioden van 50 miljoen jaar verdeeld. Van iedere geologische periode is een bord gemaakt met daarop de naam en wat typerende kenmerken. De uitdaging is om de bordjes bij het juiste jaartal op de tijdlijn te hangen. Als alle bordjes hangen, doe je een stap naar achteren en zie je van een afstandje hoe de geologische tijd verloopt. Ook komt er een afdakje in de stenentuin waar een aantal bodemprofielen uit het IJzeren Man gebied worden opgehangen. De mensen krijgen zo een inkijkje in hoe de grond onder hun voeten door de miljoenen jaren heen is gevormd,” vertelt Hans.

Of Hans nog meer opdrachten weet? “Jazeker. Neem een handje zand en laat dat door zeefjes met verschillende mazen lopen. Of meet geluid op een stille en drukke plek. Ook grondboringen komen aan bod, evenals met een zandliniaal de grootte van zandkorrels meten. Maar de rest verklap ik niet, dat ontdek jullie zelf maar,” aldus Hans.

Volwassenen die het Geopad willen doen, krijgen in het NMC een rugzak met attributen en een opdrachtenboekje te leen. Het volgen van het Geopad is gratis, maar vanwege de dure attributen wordt er een borg van 25 euro gevraagd. Na afloop, als alles compleet en in goede staat is ingeleverd, ontvangen de mensen de borg terug. Voor de jeugd komt er later nog een boekje met opdrachten. Het Geopad vordert gestaag, maar er moet nog wel het een en ander worden gedaan. Benieuwd naar het eindresultaat? Kom op 10 november 2019 naar de officiële opening van het Geopad.

NMC Café Voedsel 

Op zondag 16 juni vond het 2e NMC Café plaats met als thema lokaal voedsel en voedselvaardigheid. Aan de verschillende gesprekstafels ontstonden boeiende gesprekken.

Gastsprekers waren: Truusje Diepenmaat en John Steijns (Limburgse coördinatoren Jong Leren Eten), Yvon van Logtestijn (educatieboer Stijndergeit), Gunter Aerts (docent van Het Kwadrant), Jaap Tak (vrijwilliger NMC en chef-kok), Eric van der Putten (agrariër) en Ron Geurts (stichting Herenboeren). Fluitiste Janneke Verspagen speelde live enkele muziekwerken en aan het eind werden er toastjes met zelfgemaakte pesto met kruiden uit de NMC tuin rondgedeeld.

Uit de gesprekken kwam naar voren dat het best lastig is om duurzame keuzes te maken als het om voedsel gaat. Want wat is duurzamer, courgette biologisch geteeld uit Spanje en in plastic verpakt of courgette op de traditionele manier in Nederland verbouwd?

Klik hier voor de foto’s en filmpjes van de tafelgesprekken.

“De liefde voor de natuur heb ik van mijn vader”

In gesprek met Ad Havermans

Als er iemand is die van uitdagingen houdt, is het wel de eenenzeventig jarige Ad Havermans. Bijna zijn hele leven heeft hij naast zijn werk gestudeerd. Na de Kweekschool behaalde hij zijn 3e graadsakte handvaardigheid, werd later schoolbioloog, behaalde zijn eerstegraadsakte voor aardrijkskunde en hield zich bezig met onderwijsvernieuwingen en ICT in het onderwijs. Ad verhuisde van Roosendaal naar Rotterdam en Weert. En uiteindelijk kwam hij via het NMC Weert weer terug bij zijn oude vak fysische geografie.

Samen korhoenders kijken

Ad werd net na de oorlog in 1948 geboren in het Brabantse Roosendaal. Ze hadden het thuis niet breed. Zijn vader was metselaar/bouwvakker. Ad volgde de Kweekschool en kon na het behalen van zijn diploma meteen aan de slag als onderwijzer op de lagere school Heilig Hart in Bergen op Zoom. Daar werkte Ad van 1968 tot 1974. “Ik begon met een klas van drieënveertig kinderen. Het was al gemengd, jongens en meisjes. Ik weet nog goed dat er een gehandicapt meisje in de klas zat en een Turks jongetje dat geen Nederlands sprak,” vertelt Ad. Na het behalen van de Kweekschool ging Ad werken op de basisschool en in de avonduren studeren. “Ik wilde per se biologie studeren. De liefde voor de natuur heb ik van mijn vader meegekregen. Samen gingen we ’s morgens om 03.00 uur op de Kalmthoutse Heide naar korhoenders kijken. Een prachtige tijd. Sinds 1972 ben ik lid bij het IVN en in 1982 verzorgde ik onderdelen in de eerste IVN natuurgidsencursus in Weert.”

 

Biologie
Voor de studie biologie wilde Ad naar Nijmegen verhuizen. “Een zus van mijn toekomstige vrouw Mariëtte, woonde in Nijmegen en wist een kamer te regelen.” Alleen werd Ad uitgeloot. Wat nu? Ad besloot in deeltijd twee studies te doen: 3e graadsakte handvaardigheid én de ongedeelde opleiding MO aardrijkskunde. “Na een jaar deed ik opnieuw een poging om te worden ingeloot bij de studie biologie, maar ook dit keer zonder succes.” Ad bleef lesgeven op de lagere school in Bergen op Zoom. In 1974 grijpt Ad de kans om schoolbioloog in Rotterdam te worden. “Als schoolbioloog verzorgde ik vanuit een kinderboerderij lessen over de natuur aan kinderen. Het lag dichtbij de werkzaamheden van een bioloog. Iets wat ik nog altijd koesterde.” In de avonduren behaalde Ad in versneld tempo zijn eerstegraadsakte MO Aardrijkskunde.

 

Docent Aardrijkskunde
Op het moment dat hij projectleider kan worden en de bestaande kinderboerderij mag uitbouwen tot een biologisch centrum in Rotterdam Noordwest, krijgt hij een telefoontje van de rector van het Bisschoppelijk College in Weert. Daar was halverwege het schooljaar een vacature ontstaan voor het vak aardrijkskunde. “Op de kaart heb ik moeten opzoeken waar Weert precies lag; nog net in Brabant of … “ Het werd een moeilijke keuze, maar Ad koos voor de baan als docent aardrijkskunde, omdat hij daar zijn net behaalde eerstegraadsbevoegdheid kon inzetten. Via school krijgt Ad een woning geregeld. “In Weert werden net huizen op Oda (Boshoven) gebouwd en sinds die tijd woon ik in Weert (1976).” Op het Bisschoppelijk College ontmoette Ad docent Bèr Peters. “We hadden meteen een klik. Bèr was net als ik een voorstander van veldwerk, buiten in de natuur onderzoekjes doen met de leerlingen.”

Vernieuwend onderwijs

Aangezien Ad zijn ‘vernieuwende ideeën’ niet goed kwijt kon op het Bisschoppelijk College, besloot hij op zoek te gaan naar een andere baan en vond die bij de Fontys Hogeschool in Sittard. Daar hielp hij mee met het opzetten van een nieuwe lerarenopleiding aardrijkskunde (1980). Er was extra budget en Ad voelde zich als een vis in het water. In 1982 kwam de computer op de markt. “Ik wist meteen dat dit het onderwijs helemaal zou veranderen.” En dat gebeurde. Ad stortte zich op de ICT. Hij werkte de hele zomervakantie door om scholingsprogramma’s docenten voortgezet onderwijs ICT voor te bereiden. Hij gaf bijscholing aan zijn docenten voortgezet onderwijs en kwam minder en minder voor de klas te staan. Spijtig genoeg verloor de experimentele nieuwe lerarenopleiding het predikaat experimenteel, waardoor de budgetten krompen. Als opleidingsverantwoordelijke moest Ad collega’s laten afvloeien. “Een zware, moeilijke periode waar ik snel grijs ben geworden.” Het is inmiddels 1990. Hogescholen richtten zich op het bedrijfsleven. Voor Nedcar in Born verzorgde Ad ICT- en alfabetiseringsprojecten voor de medewerkers. Ad kreeg belangstelling voor intranet en in 1995 mocht hij naar Amerika om de mogelijkheden daarvan te bestuderen. Terug in Nederland ontwikkelde Ad met zijn team het eerste Fontys Hogescholen brede intranet.

Inmiddels projectleider geworden, reisde Ad het hele land door voor andere nieuwe grote onderwijsprojecten. “Een hele drukke en uitdagende job, maar ik miste de studenten. Ik bedacht leuke dingen voor de studenten, maar zag niet wat het met hen deed.” Op dat moment kwam Ad in contact met een oud-collega uit Sittard. Samen met nog iemand besloten ze op verzoek van het bestuur van Fontys, een nieuwe hogeschool International Business and Languages in Tilburg op te zetten. Een project- en probleemgestuurde opleiding. Maar zover kwam het niet. De opleiding werd geïntegreerd in de bestaande Fontys Economische Hogeschool Tilburg en werd enkel gebaseerd op projectonderwijs. Wat betekende dat onderwijsmodules meer op elkaar werden afgestemd. Als projectleider Onderwijsvernieuwing leidde Ad nog twee zware visitatietrajecten, kwaliteitscontroles van de opleidingen van de economische hogeschool. De laatste 12,5 jaar combineerde hij een directietaak, informatiemanagement en professionalisering met die van docent.

Idealistisch oogpunt

Op tweeënzestig jarige leeftijd werd Ad ernstig ziek en onderging zware operaties. Gelukkig kwam hij er weer bovenop. Wanneer Ad vierenzestig half werd en vierenveertig jaren in het onderwijs had gewerkt, ging hij in 2012 met pensioen. De laatste jaren voor zijn pensioen werkte hij al minder, en geleidelijk aan pakte hij zijn IVN werk weer op. “Ik vind het leuk om weer wat met mijn oude vak fysische geologie te doen. Uit idealistische oogpunt heb ik me voor het onderwijs ingezet. Educatie vind ik belangrijk. Mensen, maar vooral kinderen bewust maken van de natuur om hen heen. Eyeopener voor mij was het Rapport van de Club van Rome uit 1972. Het deed en doet me beseffen dat we anders met de aarde moeten omgaan, willen we er nog lang van kunnen genieten”. Verder voel ik me ook betrokken bij mensen die het moeilijk hebben. Toen het Syrische jongetje Aylan Kurdi in september 2015 aanspoelde, was dat voor mij het teken om iets voor hen te gaan  doen. Zolang ik het kan, blijf ik vrijwilligerswerk doen bij IVN Weert e.o. en Vluchtelingenwerk.“

Word held van de Aarde

De samenleving is in beweging richting duurzaamheid. Daarom moet ons NMC natuur- en milieueducatie gaan verruimen en een duurzaamheidscentrum worden. Nieuwe doelgroepen, zoals het bedrijfsleven zullen in beeld komen.

Alle vrijwilligers van het NMC zijn inmiddels bij deze koerswijziging betrokken. Dat moge blijken uit de brede inzet van allen om een tentoonstelling over duurzaamheid te realiseren. Eigenlijk niet echt een tentoonstelling, maar meer een practicum om het duurzaamheidsterrein te verkennen, nog aangevuld met een aantal buitenopdrachten. In het leslokaal zal de tentoonstelling worden opgebouwd met als centraal thema hoe jij een held van de Aarde kunt worden. Vandaar de (voorlopige) werktitel in de kop.

Per 1 september moeten minimaal 1 thema, maar hopelijk 4 thema’s zijn uitgewerkt. Het gaat om klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, vermesting en verandering van grondgebruik. Geen losstaande problemen. Alleen door ze in samenhang te benaderen, kunnen we er oplossingen voor vinden.

De thema’s zijn ontleend aan een model dat de veilige werkruimte van de mensheid op aarde als onderwerp heeft. In die benadering worden 9 ecologische problemen aangegeven die we als mensheid moeten oplossen. Dat betekent te zijner tijd een mogelijke uitbreiding van de tentoonstelling met onderwerpen als: nieuwe stoffen, zoetwaterbeschikbaarheid, verzuring van de oceanen en dergelijke.

De lijn bij elk thema zal zijn: verkenning van het probleem, mogelijke oplossingen en vooral wat kan jij er zelf aan doen. Dat laatste is noodzakelijk wil je een held van de Aarde kunnen worden.

 

 

Ad Havermans 19-06-2019.