22 mei 2017 – Hermans column

’t Is mei en dus …

…. leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griet want die leggen in de meimaand niet. Nou is de griet geen vogel en of alle vogels in mei een ei leggen weet ik niet want veel soorten hebben dat namenljk al lang gedaan en hebben zelfs al jongen. Maar mei is vooral de bloeimaand. Het is al 21 mei en dus zijn de feestdagen van de heilgen Mamertus, Pancratius, Servatius (die van Maastricht), Bonifatius en Sophia al geweest. Deze vijf zijn de zogenaamde ijsheiligen en na hun feestdagen is de kans op nachtvorst te verwaarlozen en kunnen tuinders en tuinierders met een gerust hart aan de slag gaan.

Nu er buiten steed meer en meer planten in bloei komen te staan komen er ook meer insecten daar op af. Een heel opvallende groep insecten vormen de hommels. Groot, behaard en voorzien van diverse verschillende kleuren zijn ze in de natuur niet te missen. De eerste hommels die buiten te zien zijn, al in het begin van de lente, zijn extra groot. Dat zijn de jonge, bevruchte koninginnen die eerste een nestje gaan bouwen en daarin de eerste generatie werkhommels moeten opvoeden. Zodra die uitvliegen, zal de jonge koningin zich alleen nog maar bezig houden met eitjes leggen waaruit het hommelvolk verder zal groeien. Hommels zijn buiten makkelijk te herkennen. Ze zijn, in vergelijking met de meeste insecten, groot, behaard en bovendien voorzien van een kleurcodering.
Vooral door dat laatste zijn ze makkleijk op naam te brengen. Er komen in ons land ongeveer 25 soorten hommels voor. De meest algemene zijn de boomhommel, de steenhommel, de akkerhommel, de weidehommel en de aardhommel. Hommels zijn goede bestuivers van allerlei planten en fruitbomen. In kassen worden ze speciaal losgelaten om bijvoorbeeld tomaten en paprika‚Äôs te bestuiven. Zo’n kunstmatig hommelnest met aardhommels kun u nu ook zien in de tuin van het NMC. Normaal wordt zo’n nest in een kas geplaatst maar hier staat doos met het nest er in buiten en kunt u het nest en de inwoners eens goed bekijken.

Hommels verzamelen stuifmeel voor hun jongen en drinken ook, net als vliners en bijen, nectar uit de diverse bloemen. Nu zijn er bloemen met een zogenaamd spoor, een diepe uitstulping waarin de nectar zich bevindt zoals bijvoorbeeld bij het vlijtig liesje of de akelei. Vlinders met hun lange roltong kunnen daar makkelijk bij maar hommels helaas niet. Nu zijn die niet voor een gat te vangen, nee, ze knagen gewoon een extra gat onderaan de spoor zodat ze dus, als volleerde inbrekers, toch bij de nectar kunnen komen maar waardoor de bloem niet door hen wordt bevrucht.

Hommels zijn niet agressief. Ze zullen dus niet gauw steken alleen als ze in het nauw worden gebracht. Voor mensen die allergisch zijn voor bijen- en wespensteken kan dat heel vervelend zijn, de meeste andere mensen houden er alleen een rode, stekende en later jeukende bult aan over. Ook wel verevelend overigens maar het gaat wel over.

 

Herman Beuvens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.